Camagüey
Cuba,  Verhalen

Een doolhof van kerken in Camagüey

Camagüey

Van te voren dacht ik dat Camagüey een slaperig dorpje was met veel veehouderij en ranches maar het blijkt de derde stad van Cuba te zijn. De busrit van Trinidad naar Camagüey was er een met hele mooie vergezichten, met bergen op de achtergrond, de verschillende valleien in. In de buurt van de stad zie je veel ranches en veehouderijen. Het valt me op dat de dieren die hier leven er veel beter uitzien en meer doorvoed dan op andere plekken.

Al snel maken de ranches plek voor de rechte straten in de buitenwijken. In grote tegenstelling tot het centrum dat een doolhof is aan kleine, smalle straatjes. Camagüey is vroeger vaak overvallen door piraten, die zich plunderend door de stad verplaatsten. De stad is daardoor vaak veranderd van locatie maar het was niet echt een optie om dit vol te blijven houden. De bevolking heeft toen besloten om van het centrum een soort doolhof van kleine straatjes te maken om zo de piraten tegen te kunnen houden en te verslaan. Ik was erg blij dat ik een gps op m’n telefoon had anders waren we waarschijnlijk wel verdwaald. Er staan nergens straatnamen en veel straatjes kloppen niet helemaal met de kaart.

Na acht uur in de bus stond er netjes een taxi-chauffeur op ons te wachten die ons weer naar de verkeerde casa bracht. Sonja, de oma, stond al klaar met mangosap en legde gelijk uit dat in de andere casa mensen aan de diarree waren en dus langer bleven. Voor ons niet zo erg want de casa was erg netjes en goed onderhouden en had een veel betere locatie ten opzichte van het centrum en het busstation. Nadat ze ons wat Spaans had geleerd en we een glaasje gefilterd water (ze had zelf gewoon een waterfilter!)hadden gekregen zijn we snel de stad ingegaan om iets te eten.

We zijn uitgekomen op Plaza San Juan de Dios en hebben heerlijk gegeten in restaurant ‘1800’. De aankleding van het restaurant paste erg goed bij de naam en het personeel was uitzonderlijk vriendelijk.

Camagüey

Bij heel veel restaurants en café’s kijkt het personeel je weg en lijkt het alsof het ze helemaal niets interesseert of je nou bij hun komt eten en drinken of ergens anders. Een logische verklaring is, volgens mij, het communisme en de gebroeders Castro. Het personeel heeft een baan en het maakt niets uit hoe hard ze werken. Ze krijgen toch wel hun maandloon en de eventuele tip, die ze van ons in zo’n geval sowieso niet krijgen, gaat naar de overheid. Het maandloon waar ik het over heb is voor de meeste Cubanen die voor de overheid werken, dus ook hotels, restaurants, winkeliers en dergelijke, zo’n €20,-. Bijna al het geld dat de toeristen, en de Cubanen zelf, uitgeven gaat naar ‘de overheid’. Als je dit in je achterhoofd houdt is dat afstandelijke en zure gezicht eigenlijk heel begrijpelijk.

De volgende dag hebben we (met gps!) de straten verkend en zijn we op kerkentour gegaan. Veel mensen in Cuba zijn, met dank aan de Spanjaarden katholiek en Camagüey is het katholieke centrum. De stad heeft ontzettend veel kerken, de een iets beter onderhouden dan de ander.

Camagüey

Na even te hebben afgekoeld in de airco van de casa zijn we naar het Plaza de la revolucion gegaan. In bijna elke stad heb je wel zo’n Plaza die gewijd is aan een belangrijk persoon in de revolutie en de revolutie in het algemeen. Het is meestal een groot, ongezellig plein met een imposant (ik laat even in het midden of het nou mooi is of niet) beeld, altijd een grote Cubaanse vlag en Spaanse leuzen. De tweede avond hebben we in de casa gegeten waar Sonja voor ons gekookt had. Van te voren hadden we een paar keer aangegeven dat we maar heel weinig wilde eten dus we kregen bijna alles op..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *